Beste bezoeker, het museum is gesloten op maandag en dinsdag en uitzonderlijk op 23/08, 27/09, 30/09, 01/10, 15/10, 29/10, 19/11, 27/11.

Fiat Abarth 1300 Scorpione SS

De Abarth 1300 Scorpione en de krachtiger SS-variant zijn gebaseerd op de Lombardi Grand Prix, een compacte tweezitter coupé met een bijzonder lage daklijn

De ontwikkeling gebeurde bij Carrozzeria Francis Lombardi. Het koetswerkdesign is van  Giuseppe Rinaldi, die bij Lombardi op de loonlijst stond. De Lombardi maakte gebruik van de ophanging en de motor van de Fiat 850  met eerst een bescheiden 37 pk en in en tweede fase een iets meer overtuigende 47 pk.

squadra collection abarth 1300 scorpione ss front

Lombardi Grand Prix: unieke uitstraling en designkenmerken

De Lombardi Grand Prix en de daarvan afgeleide versies van onder meer Abarth hebben een uitgesproken eigen uitstraling die gekenmerkt wordt door een lange spievormige snuit waarin opklaplichten zijn gemonteerd. Met uitzondering van de aluminium motorklep is het koetswerk van staal. Dat er een link is met de Fiat 850 wordt verraden door de ronde achterlichten. Door de lage verreikende voorruit met één centrale ruitenwisser is er achter het driespakig stuurwiel geen plaats voor een tellerpartij. Alle klokken staan net voor de versnellingspook centraal gegroepeerd in een naar de bestuurder gerichte console.

squadra collection abarth 1300 scorpione ss interior

Lombardi Grand Prix Abarth 1300 Scorpione en 1300 Scorpione SS: motorische upgrades en beperkte productie

De ultieme versies van de Lombardi Grand Prix kwamen niet van Giannini maar wel van Abarth onder de vorm van de 1300 Scorpione en de 1300 Scorpione SS. Abarth koos voor de 1,2-liter motor van de Fiat 124 S die werd uitgeboord tot een cilinderinhoud van 1280 cc. In de Scorpione leverde dat 75 pk op en in de Scorpione SS zelfs 100 pk dank zij onder meer een hogere compressie en twee dubbele Weber 45DCOE carburatoren. Ook de ophanging kreeg in de SS een serieuze opwaardering. Zo werd de oorspronkelijke dwars geplaatste bladveer vooraan vervangen door schroefveren en achteraan werd gekozen voor de zogenaamde TCR-ophanging. Stabilisatorstangen deden hun intrede en rondom werden schijfremmen gemonteerd. Van de SS zijn er maar een vijftiental gebouwd en het exemplaar in het museum is daar één van. De auto is heel toevallig in de verzameling terecht gekomen.