Ongetwijfeld een van de knapste realisaties uit het begin van de jaren ’60 bij Ghia is deze Fiat CoupéHet design van deze 2+2 coupé kwam tot stand door de samenwerking tussen Sergio Sartorelli en Tom Tjaarda. Typerend is de driedelige panoramische achterruit zoals die ook bij andere Ghia realisaties werd toegepast. De slank getekende achterlichten doen dan weer onvermijdelijk denken aan Ferrari. Ook het interieur is met zin voor detail en esthetiek ontworpen. |
![]() |
Fiat 2300 Coupé: luxe, design en productiegeschiedenisAchter het Nardi-stuurwiel met houten riem prijken stijlvolle ronde Veglia-klokken. Luxe-items voor die tijd waren een voetsteun voor de voorste passagier en elektrisch bediende ruitenheffers. De Coupé was gebaseerd op het onderstel van de strak gelijnde Fiat 2100 berline en werd voor het eerst als een prototype getoond tijdens het autosalon van Turijn in 1960. Aangemoedigd door de bijzonder goede respons van zowel de pers als het publiek, besliste Fiat om de vierzits coupé aan zijn gamma toe te voegen. Twee jaar later werd gestart met de productie die toevertrouwd werd aan het nieuw opgerichte OSI (Officini Stampaggi Industriali) waarin Olivetti een van de industriële partners was. |
Fiat 2300 Coupé: kracht en techniek van AbarthDe productieversie werd meteen verkrijgbaar met de 2300 zesclinder in lijn die ontworpen werd door ex-Ferrari-medewerker Aurelio Lampredi. Het motorblok was van gietijzer en de cilinderkop van lichtmetaal. De basisversie vertegenwoordigde 105 pk, terwijl de 2300 S met 136 pk door Abarth onder handen werd genomen. De belangrijkste ingrepen om extra vermogen te verkrijgen, waren een aangepaste uitlaat, een andere nokkenas, een hogere compressieverhouding en het gebruik van twee dubbele Weber 38DCOE carburatoren. Een detail dat je enkel onderaan de auto ziet, is het motorcarter met koelribben en geïntegreerd ‘Abarth’-opschrift. |
![]() |
![]() |
Fiat 2300 S: sportiviteit, technologie en Belgische linkDe 2300 en 2300 S waren voor die tijd behoorlijk vooruitstrevende auto’s met vooraan dubbele parallelle draagarmen, vier schijfremmen en rembekrachtiging. Alle S-versies zijn uitgevoerd door Abarth en er is zelfs een bijzondere Belgische link. De Abarth-uitvoeringen werden immers proef gereden door piloten zoals Mauro Bianchi, Paul Frère, Teddy Pilette en Pascal Ickx. Met de introductie van de Serie 2 was enkel nog de 2300S verkrijgbaar. In 1968 werd de productie gestopt en kwam de Fiat 130 als opvolger. Bij de 130 lag het accent meer dan ooit op luxe. Voor de pure sportiviteit was er de Fiat Dino, die in 1966 debuteerde en voorzien was van een Ferrari V6-motor. |
Fiat 2300S Coupé Abarth Serie 2: details en historieDe 2300S Coupé Abarth die in het museum staat is een zogenaamde Serie 2, die vanaf eind 1964 met enkele detailaanpassingen werd geïntroduceerd. Eén van de zichtbare verschillen is de positie van de deurkrukken die lager is dan bij de Serie 1. Op de boorddocumenten staat echter dat het exemplaar uit het museum van 1963 is maar dat heeft te maken met de vorige eigenaar die de oorspronkelijke documenten verloren is en ter vervanging een set documenten van 1963 heeft gebruikt. De motor is een intern gepolijste raceversie van Abarth. |
![]() |




