Op het autosalon van Turijn in 1974 stelde Fiat de 131 voorDeze middenklasser, die ook Mirafiori werd genoemd naar de Noord-Italiaanse fabriek waar bij van de montagelijn liep, kreeg de moeilijke opdracht om de succesvolle 124 op te volgen. De 131 was verkrijgbaar in drie koetswerkuitvoeringen en bleef precies 10 jaar in productie. In Italië werden net iets meer dan 1,5 miljoen exemplaren geproduceerd. |
![]() |
Fiat 131: wereldwijde productie en rallyambitiesHet totale productiecijfer moet echter worden aangevuld met de al dan niet aangepaste exemplaren die door SEAT (Spanje), Tofas (Turkije) FSO (Polen), Nasr (Egypte) en Holland Car (Ethiopië) werden gebouwd. Om de belangstelling voor de 131 te vergroten en het commerciële succes aan te zwengelen, besliste Fiat een rally-auto op basis van de 131 te ontwikkelen. Het voelde zich daarbij gesterkt door de eerdere sportieve prestaties van de Fiat Abarth 124 Spider. |
Homologatie en bouw van de Fiat Abarth 131 rally-autoOm te voldoen aan de homologatievoorwaarden voor Groep-4 rally-auto’s werden in 1976 400 Fiat Abarth 131 rally-auto’s gebouwd. Dit project werd mogelijk door de samenwerking met Abarth en Bertone die elk een specifieke taak toebedeeld kregen. Half afgebouwde tweedeurs koetswerken werden van de fabriek in Mirafiori naar Bertone over gebracht voor verdere aanpassingen. Zo werd de bodemplaat aangepast om achteraan een onafhankelijke ophanging in plaats van de originele starre achteras te monteren. Verder werden verschillende kunststof elementen voorzien zoals vier spatbordverbreders, aerodynamische addenda en een lichtgewicht motorkap en kofferdeksel. Met de bedoeling het gewicht nog verder te beperken waren de deurpanelen van aluminium. Extra luchthappers zorgden voor bijkomende koeling en de inductie van koelere lucht wat de vulling van de cilinders bevorderde. |
![]() |
![]() |
Montage en techniek van de Fiat Abarth 131 RallyEens alles gemonteerd, werden de aangepaste koetswerken in kleur gespoten om ze daarna aan de Fiat-fabriek in Rivalta te leveren voor verdere afwerking en in het bijzonder het monteren van de Abarth-onderdelen. Als basis voor de aandrijving diende de door Abarth geprepareerde Fiat tweeliter motor met gietijzeren blok en lichtmetalen cilinderkop met twee bovenliggende nokkenassen (DOHC). De race versie of ‘Corsa’, die gevoed werd door een mechanisch injectiesysteem van Kügelfischer, vertegenwoordigde eerst 225 en later zelfs 245 pk. De eerste versie van de 131 Abarth Rally werd gevoed door twee dubbele Weber 48IDF carburatoren maar was helaas voorzien van een ondermaats remsysteem afkomstig van de Fiat 127. |
Fiat 131 Abarth: succes en historie in rallysDe 131 Abarth die in het museum staat is één van de eerste 25 die ooit verkocht werden. Dit kunnen we afleiden aan het C-teken dat op de spatbordverbreders staat. De ‘C’ staat voor ‘concessionaria’. Elke concessiehouder van Fiat was immers verplicht om er één te kopen voor in de showroom. Ondertussen heeft de wagen een Groep-4 ophanging gekregen, een motor met twee Weber 48IDF carburatoren afgeleid van Groep 4 en zijn er verschillende rally’s mee gewonnen. De Fiat 131 Abarth was alleszins een uiterst succesvolle Groep-4 rally-auto waarmee tot drie keer toe het wereldkampioenschap voor constructeurs werd gewonnen. Dat was in 1977, 1978 en 1980. Zowel Markku Alén in 1978 als Walter Röhrl in 1980 werden bovendien als rijder wereldkampioen achter het stuur van een Fiat 131 Abarth. |
![]() |




